Mindbleep #41 Hoogmoed of Deemoed?

 

Hoogmoed

 

Dit is de tijd van de grote mond, het eigen gelijk, de verdraaide feiten, en de kop in het zand. Of liever nog, de kop van die ander. Hoogmoed kraait victorie. Dat is niet slechts zichtbaar bij enkele in het oog springende figuren die hun maskerades opvoeren op het wereldtoneel. We doen er allemaal aan mee, hoewel wat minder openlijk, wat meer besmuikt. Hoogmoed begint bij de impliciete overtuiging dat wij de eigenaar van ons leven zijn en, in het verlengde daarvan, de eigenaar van onszelf. We denken dat wij onszelf hebben uitgevonden, dat wij zowel de oorzaak zijn van ons bestaan als het gevolg. Bizar!

 

Die stelling is zelfs ons eigen ego te gortig. Omdat, binnen het denkkader van ego, een verklaring ontbreekt voor wie of wat dan wél de oorzaak is van ons bestaan, is de grondtoon van ego er een van angst en onzekerheid. Vandaar zijn oneindige behoefte aan controle en regie, aan geld en spullen verzamelen en vandaar zijn agressie waarmee het een plekje op de apenrots van aanzien en succes zoekt veilig te stellen.

 

Flatland


Om die angst en onzekerheid over ons bestaan te reduceren en een schijn van zekerheid hoog te houden, bedenkt ego een oorzaak-gevolg scenario waarin de biologie en onze ouders onvermijdelijk de hoofdrol krijgen toebedeeld. We reduceren onszelf daarmee tot een klont moleculen van beenderen, vlees en bloed aangestuurd door een complex van chemische processen. Dat alles verpakt in een lichaam met een beperkte houdbaarheidsdatum waar wij desondanks al onze beschikbare energie, geld en tijd aan besteden om dat zo lang mogelijk overeind te houden. Een louter materialistische visie op ons leven die vervolgens opgezadeld wordt met een verhaal over onze geschiedenis dat moet verklaren waarom we zijn zoals we ons gedragen. Een verhaal als onze identiteit dat – zolang wij daarin geloven – feitelijk geen andere functie dient dan ons te kunnen verontschuldigen, ons te zuiveren van blaam en geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor de rommel die wij veroorzaken, zowel in de fysieke wereld als in het emotionele- en spirituele leven van onszelf en dat van anderen.

 

Wat overblijft is wat Ken Wilber aanduidt met ‘flatland’. Een (schijnbaar) van God verlaten wereld waarin de schepping gereduceerd is tot materie die slechts aanwezig is om door ons voor eigen gewin te exploiteren en leeg te roven. Een buitengewoon armoedig zelf- en wereldbeeld dat louter bepaald wordt door wat de zintuigen aandragen aan informatie en de interpretatie daarvan door ego die gebaseerd is op diezelfde materialistische zienswijze van de werkelijkheid. Zolang we aannemen louter ons lichaam te zijn waar dan plotsklaps ‘ons’ bewustzijn uit tevoorschijn komt, regeert de hoogmoed en moeten we wel de ogen sluiten voor de waarheid van het mysterie van deze schepping en van het mysterie van onszelf als onderdeel daarvan.

 

Meditatie

 

Maar als we stilstaan en het aandurven om de oordelen en interpretaties van ego het zwijgen opleggen en alleen maar te zijn, open, zonder doel of richting, dan smelt hoogmoed als sneeuw voor de zon. Dan verschijnt een radicaal andere werkelijkheid waarin eenheid en verbondenheid de basis zijn. Als we zo zijn …mediteren we! Meditatie is niets anders dan de niet-beweging waarmee we ons bevrijden van de dwingende neiging van ego om zichzelf vast te bijten in een gedachte, zich te identificeren met een gevoel of aan de haal te gaan met een sensatie. Allemaal bewegingen van de geest die ons beletten om te zijn waar we ons daadwerkelijk bevinden: hier en nu. Ego interpreteert ‘eenvoudig hier zijn’ onwillekeurig als saai, doods, niets te beleven. En terecht want in hier/nu is voor ego inderdaad niet veel te beleven. Maar jij bent niet je ego! Ego is geen entiteit maar een activiteit. Naarmate jouw mentale activiteit afneemt sneeft ego evenzeer. Vanuit ego’s perspectief blijft er dan niets over. Dat is precies de reden dat ego letterlijk als de dood is voor non-duaal Gewaarzijn ondanks zijn veelgehoorde verlangen naar ‘Verlichting’. Ego wil helemaal niet verlicht worden. Een comfortabeler versie van zichzelf of van de wereld daarentegen, dat lijkt ego wel wat!

 

Deemoed

 

Voorbij de druktemakerij en stemmingmakerij van ego vinden we de open, oordeelloze maar betrokken aanwezigheid van het bewustzijn van je hart. Deemoed is de bereidheid om het materialistische zelf- en wereldbeeld van ego te zien voor wat het is: een functie om te leven in de wereld van tijd, plaats en vorm maar per definitie niet het instrument om iets te ontdekken over de betekenis van het leven of van onszelf. Deemoed is bovenal de erkenning dat wij deel uitmaken, dat wij onszelf niet los kunnen snijden uit het beeld van deze wereld, dat wij inherent verbonden zijn in het omvattende (non-duale) bewustzijn waarbinnen deze schepping zich manifesteert.

 

In boeddhistische kringen wordt hoogmoed bestempeld als domheid. Dat heeft een ontnuchterend effect. Er valt geen eer aan hoogmoed te behalen, geen verklaring of excuus volstaat. Hoogmoed is gewoon een gebrek aan inzicht en intelligentie. Deemoed daarentegen is de bereidheid om ons trotse hoofd te buigen en het aan te durven om te erkennen dat wij niét de eigenaar zijn van ons leven, dat wij géén controle hebben over de dingen die er werkelijk toe doen, dat we extreem kwetsbaar zijn en zonder uitzondering vergankelijk en bovendien in wezen geen idee hebben wie of wat wij eigenlijk zijn.

 

In de aanvaarding van dit niet-weten, heeft hoogmoed geen reden van bestaan. Tot onze verbazing vallen we dan niet – zoals ego altijd aanneemt – in de oneindige en afschrikwekkende leegte van niet-bestaan maar belanden we als vanzelf in de vol-ledigheid van het bewustzijn van ons eigen hart. Het is alsof we uit ons hoofd vallen en belanden in de armen van ‘de geliefde’ die al eeuwen op ons wacht, diep verbogen in ons hart.

In non-duale kringen wordt ego gewoonlijk geplaatst tegenóver non-duaal Gewaarzijn, de wereld van vorm tegenover die van Leegte; van niet-zijn. Als we onze hoogmoed laten gaan – en dus ook de hoogmoed die non-dualiteit tot concepten gereduceerd heeft – en deemoedig durven zijn, dan ontdekken we tot onze grote vreugde dat de Leegte van non-duaal Gewaarzijn geen absentie is, niet koud, kaal of ongenaakbaar. Integendeel, we belanden in de warme en onvoorwaardelijke liefde van ons spirituele hart dat ons, gelijk de parabel van de verloren zoon, met open armen ontvangt.

 

Liefde


Als we alle gedachten over onszelf en de wereld laten varen krijgt deemoed een kans. Vanuit het contact met ons spirituele hart ervaren we zo intiem verbonden te zijn met alles dat in feite niet meer van verbinding gesproken kan worden. Voor het eerst sinds lange tijd ontdekken wij Eén te zijn. We blijken zowel de Bron van Gewaarzijn te zijn als de hoogst unieke manifestatie die daarin oprijst als jezelf. Je bent beide tegelijkertijd en je kunt niet kiezen.

Dat ben jij, en daar word je heel gelukkig van.

 

Geniet,

 

Alexander