Mindbleep #29 Ontfermen


Ontfermen, sleutel voor Verlichting - Januari 2017

Ontfermen

 

Wie Verlichting zoekt komt vroeg of laat tot de ontdekking dat die niet bereikt kan worden. Verlichting is geen stip aan de horizon, geen eindpunt, geen finishlijn met applaudisserende omstanders. Verlichting is nu juist de realisatie dat de zoeker naar verlichting niet bestaat. Het zoeken naar verlichting voedt slechts de illusie dat er ‘iemand’ is die verlicht zou kunnen worden. Pas als ik mijn pogingen staak om die verbeterde – Verlichte – versie van mijzelf te maken, ligt de weg open om terug te kunnen keren bij de Grond van wie ik ten diepste ben en altijd was: non-duaal Gewaarzijn. Zoals Adyashanti over zijn eigen zoektocht vertelt: “niet voordat ik gedwongen was te erkennen dat ik het niet kon ‘doen’ en totaal verslagen was, opende zich het Gewaarzijn”.

 

Liefde en mededogen

 

Tegen die achtergrond krijgt ‘ontfermen’ zijn ware betekenis. Als ik mij ontferm over mijzelf keert de aandacht terug naar mij, naar hoe ik ben, in plaats van hoe ik denk te moeten worden. Als ik mij over mijzelf ontferm betekent dat, dat ik met mijzelf samenval. Ik laat mijzelf niet langer in de steek en ben precies zo ruimhartig of angstig, zo liefdevol of boos, zo moedig of halfslachtig, zo ijverig of lui, etc. als ik ben. Ontfermen is niet hetzelfde als troost, dat altijd een poging is om dat wat waar is te verzachten of toe te dekken. In deze context betekent ontfermen dat ik de totaliteit van mijzelf waar laat zijn zonder de geringste neiging om daar iets aan af te doen of toe te voegen. De kale waarheid van mijzelf, en die dan lief te hebben, dat is ontfermen. Dan is de strijd voorbij. Door mij te ontfermen opent zich mijn hart voor mijzelf en daarmee voor alles wat bestaat. Ontfermen is daarom gelijk aan onvoorwaardelijke liefde en mededogen.

 

Jezusgebed

 

Het aloude Jezusgebed keert spontaan terug in mijn herinnering: ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar’. Een eenvoudige smeekbede die monniken en pelgrims al vele eeuwen als een mantra prevelen op hun zoektocht naar innerlijke bevrijding. Oppervlakkig gezien doen die woorden een beetje dramatisch aan. Lijken ze een typisch voorbeeld te zijn van een duale Godsbeleving waarbij God als opperrechter Zijn stervelingen beoordeelt en, in de meeste gevallen, veroordeelt. Maar klopt die zienswijze wel?

 

Om te beginnen is het woord zondaar afgeleid van ‘zonde’, een vertaling van het Griekse hamartia waar het de betekenis heeft van ‘het doel missen’. Een zondaar is dus iemand die zijn doel mist. Wat in deze context natuurlijk het doel van zijn of haar ware Zelf is. Zo bezien is het Jezusgebed bedoeld als aansporing en ondersteuning om onze aandacht gericht te houden op de ‘Zoon van God’, de christelijke term voor het Zelf, de essentie van non-duaal Gewaarzijn. Het Jezusgebed spoort ons aan om dat Zelf te vinden en daarvoor moet we de aandacht naar binnen gericht houden en niet afgeleid raken door wat zich schijnbaar buiten ons afspeelt.

 

Mantra

 

Eenzelfde aansporing is te vinden in de boeddhistische mantra: ‘Ohm, Mani Padme Hung’ wat, vrij vertaald, zoveel betekent als: ‘Heilsgroet (Ohm) [aan het] Schitterend Juweel in het Hart van de Lotus’. Daarmee eveneens verwijzend naar de Bron van non-duaal Gewaarzijn die aan de basis ligt van wie wij zijn. Twee gebeden of mantra’s die ons aansporen om terug te keren bij onszelf en ons vanuit liefde en mededogen over onszelf en onze verwarring te ontfermen.

 

Paradox

 

Ik vind de innerlijke Bron van non-duaal Gewaarzijn nimmer door die buiten mij te zoeken. Maar als ik mij vanuit die onvoorwaardelijke liefde over mijzelf ontferm, stuit ik op een geweldige paradox: In de onvoorwaardelijke aanvaarding van mijzelf ligt de bevrijding van mijzelf besloten.

Want als ik mij ontferm valt ieder oordeel over mijzelf weg en daarmee dualiteit. Niets blijkt absoluut goed of fout, gewenst of afkeurenswaardig te zijn. Hier stuit ik op de radicale en doorsnijdende visie van de non-duale tradities die ons voorhouden dat geen enkele dualiteit stand houdt in de waarheid van het Ene non-duale Gewaarzijn.

 

Samsara

 

Ontfermen is de sleutel om die abstracte waarheid van Verlichting tot een doorleefde ervaring te maken. Als ieder oordeel plaats maakt voor een ‘open’ barmhartige aandacht voor ‘wat is’, is dat het voorportaal van Verlichting. Dan realiseer ik mij dat alles wat ik denk, voel of waarneem, het spel is van het Ene non-duale Gewaarzijn, inclusief al mijn kwaliteiten en tekortkomingen. Alles wat zich aandient in mij kan ik dan herkennen als in zichzelf compleet en perfect zoals het is om de eenvoudige reden dát het is. Dit impliceert niet dat ik ontslagen ben van de verantwoordelijkheid om mijn tekortkomingen te corrigeren maar de basis van die inspanningen is altijd onvoorwaardelijke acceptatie, niet strijd.

 

Weer moet ik aan de wijze woorden van Adyashanti denken die zijn gehoor tijdens een van zijn teachings voorhoudt dat: “de bevrijding van het wiel van Samsara (de cirkelgang van leven en dood, aangedreven door begeerte en afkeer) ligt in de aanvaarding daarvan”. Niet strijd, niet zoeken, niet streven, maar de onvoorwaardelijke overgave aan ‘wat is’, aan Samsara en daarmee aan mijzelf. Daar vind ik de bevrijding daarvan.

 

Dus geniet en ontspan. Je hoeft niets te doen behalve dan de hele waarheid van jezelf waar laten zijn.

Simpel, maar zoals de praktijk leert, niet altijd eenvoudig.

 

In liefde,

 

Alexander