Mindbleep #28 Ik leef, toch?


Ik leef, toch? - December 2016

Ik leef, toch?

 

Het einde van het jaar nadert. De duisternis biedt altijd een goed decor voor overpeinzingen over leven en dood. Tijdens een van mijn meditaties stuitte ik daarbij onverhoeds op de gedachte: ‘ik denk alleen maar dat ik leef.’ Het eigenaardige was dat die gedachte zich niet eenvoudig liet corrigeren maar nogal pertinent voor mijn innerlijke neus bleef staan. Alsof die mij uitnodigde nog eens goed te kijken.

 

Hoe weet ik dat ik leef? Alles wat ik daarvoor als bewijs aandraag, bestaat uit gedachten, gevoelens en zintuiglijke indrukken. De redenering luidt: ‘Ik leef, want ik denk deze gedachte, voel dat gevoel, herinner mij die situatie, hoor dit geluid.’ Dat klinkt overtuigend en bekend maar is het wel waar? Bewijst die activiteit in mijn brein dat ik leef? Hoe zit dat dan als ik slaap of onder narcose ben en er geen gedachten waarneembaar zijn? Het lichaam blijft functioneren maar zal zelf nooit tot de conclusie komen dat het leeft.

 

Moeten we ‘leven’ definiëren als de activiteit van denken, voelen en het verwerken van zintuiglijke indrukken? Of is het andersom? Doet die stroom van gedachten, gevoelens en zintuiglijke activiteit de indruk ontstaan dat er ‘iets’ is dat daar de eigenaar van moet zijn, en dit allemaal ‘beleeft’. Dit ‘iets’ als een denkbeeldig centrum dat wij ‘ik’ noemen maar dat zelf in wezen niets anders is dan opnieuw een gedachte.

 

Het lijkt er op de overtuiging dat ik leef niets anders dan een gedachte is, net zoals, ‘ik ga dood’ dat is. Natuurlijk, het lichaam wordt geboren en sterft, ego’s groeien en takelen weer af. Maar ik ben niet mijn lichaam, noch mijn ego. Ik ben Dat waarbinnen dit lichaam, dit ego, deze gedachten en gevoelens zich manifesteren. Ik vind wat steun voor die redenatie bij onderstaande regels in de Upanishads.

 

Het Zelf weet alles, wordt niet geboren, sterft niet. Is niet het gevolg van enige oorzaak.

Het is eeuwig, onafhankelijk, onvergankelijk, aloud.

Hoe kan de dood van het lichaam Hem doden?

(Katha Upanishad)

 

Voorafgaand en voorbij het bedachte ‘ik’ dat denkt te leven of dood te gaan, vind ik niets dan Leegte, Openheid, het Zelf. Het is een Leegte of het Zelf waarvan onmogelijk gezegd kan worden dat het leeft, noch dat het niet leeft. Het leeft niet en het is niet dood, het IS. Voorbij alles wat ik over mijzelf denk, vind ik Mijzelf. Het is niet iets, en al helemaal niet ‘iemand’. Dit Zelf is geen punt in plaats of tijd. Het kent geen locatie, heeft geen grens of middelpunt, geen toekomst of verleden. Het is grondeloos en tegelijkertijd de enige werkelijke Grond om op te staan. Het is de onvoorwaardelijke aanvaarding van wat zich in Zijn/Haar Open Gewaarzijn ontvouwt. Het kent geen voorkeur of afkeer, in onvoorwaardelijk aanvaardend voor ‘wat is’ en juist daardoor is Het de bron van Liefde. Het is niets anders dan pure Liefde.

 

De rest is een illusie. Ieder oordeel, elk idee maakt onderdeel uit van een wereld gebouwd van woorden, gemaakt van gedachten en gevoelens, die komen en gaan. Een stroom van indrukken, het spel van ‘Maya’, de grote illusie waarin ik gemakkelijk verdwaal en het Zelf – het stille, open non-duale Gewaarzijn – schijnbaar uit het oog verlies. Met als gevolg dat ik denk die historische persoon te zijn die verwikkeld is in een levenslange poging om zijn leven tot een goed einde te brengen. Zodra ik dit Zelf uit het oog verlies, kan het niet anders of ik verword tot de beetje tragische acteur in een niet al te beste film die vergeten is dat hij een rol speelt en de filmbeelden op het doek voor de werkelijkheid aanziet.

 

Zoals Longchenpa, de 13e-eeuwse boeddhistische leraar schrijft: ‘alles wat je waarneemt is een projectie van je eigen geest.’ Gedachten en gevoelen zijn niets anders dan projecties van onze eigen geest. Ze zien er kleurrijk en levendig uit en doen de indruk ontstaan dat ik leef en dood zal gaan. In werkelijkheid ben ik nimmer één van beide. In werkelijkheid Ben ik alleen maar. En jij ook. Altijd. Of, beter geformuleerd, ontdaan van tijd.

 

Ik wens je een fantastische tijd!

 

In liefde,

 

Alexander