Mindbleep #14  Ik ben, maar wie ben ik?


Ik ben, maar wie ben ik? - Oktober 2015

Ik Ben, maar wie ben ik?

 

“Ik ben verkouden, ik ben blij, ik ben geduldig, ik ben ongeduldig, ik ben moe, ik ben energiek, ik ben niet meer verkouden…” Zo’n duizend keer per dag refereer ik aan mijzelf, dicht ik mij uiteenlopende kenmerken toe en creëer daarmee de vrolijke illusie dat ik echt besta als ‘iemand’, een persoon, een entiteit die een plek inneemt op deze wereld en die gedurende een bepaalde tijd bezet houdt.

 

Maar probeer nu eens dit:

Sluit je ogen, adem een keer goed in en uit en overweeg het volgende: Als je alle gedachten, gevoelens, herinneringen en associaties loslaat, daar niet langer aan vasthoudt:

 

Ben je dan een man, een vrouw of geen van beide?

Ben je dan jong, oud of geen van beide?

Ben je dan gelukkig, ongelukkig of geen van beide?

Ben je dan om van te houden, niet om van te houden, of geen van beide?

Als je alle attributen van ego, zoals gedachten, gevoelens, opinies, herinneringen, verwachtingen, etc. loslaat, voelt dat alsof je in een leegte stapt, een onbepaalde staat van Zijn. Ego is dan niet langer aanwezig. Daarvoor in de plaats ontstaat open, vrij Gewaarzijn. Gewaarzijn dat zelf onbeweeglijk is, stil, een altijd aanwezige Presentie. Dan wordt ook duidelijk dat dit het enige is wat bestaat. Gedachten en gevoelens komen en gaan en wat we gewoonlijk voor verleden of toekomst aanzien bestaat eveneens alleen in onze gedachtewereld. En dat vindt allemaal plaats in dit moment van open Gewaarzijn. Er is niets anders. Hoe kun je dit weten? Omdat jij DAT Bent. Jij bent dit Waarnemen en het enige dat dit Waarnemen over zichzelf kan zeggen is: “Ik Ben.”

 

Er is alleen ‘Ik Ben’.

Niet als een persoon, maar juist als de afwezigheid daarvan. De non-duale Waarheid van je ware aard is dat je bent omdát je ook niét bent!

 

Je bent de grondeloze Grond, de Bron, het Waarnemen, het Absolute, God, of wat voor je naam je daaraan maar wilt toekennen. Jij bent in wezen DAT wat deze schepping mogelijk en ervaarbaar maakt. En de grootste bron van ons lijden is dat we dit consequent over het hoofd zien.

 

‘En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.’ (Joh. 1-5)

 

Het probleem met ‘Ik Ben’ is dat je dit wel kunt zeggen maar dat je dan nog steeds niet weet wie of wat je bent. Het is alsof God zegt: “Ik Ben, maar ik weet bij god niet wie ik ben.”

 

Er ontbreken attributen, kenmerken, kleur en geur, levendigheid, iets om je aan vast te kunnen houden – mee te identificeren – om te kunnen concluderen: “Oh; dus kennelijk ben IK dít, en ook dát ben IK, en dát evenzeer!” Met andere woorden: God schiep uit zichzelf dit hele universum met maar één doel, zichzelf te leren kennen, zichzelf te ervaren.

 

Lijden ontstaat op het moment dat je vergeet dat deze hele tovertuin die we schepping noemen voortkomt uit dit altijd stille en onbeweeglijke ‘Ik Ben’ waar, paradoxaal genoeg, nooit iets gebeurt. Hier openbaart zich de non-duale aard van ‘Ik Ben’. Het is juist dit grenzeloze, tijdloze en nimmer aangedane ‘Ik Ben’ dat zich van moment tot moment ontvouwt als de eeuwige dans van de schepping. Een dans waarin tegenstellingen noodzakelijke voorwaarden zijn, goed en kwaad niet ontkend maar overstegen worden en dualiteit een uitdrukking is van de non-duale Grond van ‘Ik Ben’.

 

Als je de non-duale Grond uit het oog verliest denk je een wereld buiten je waar te nemen en is dualiteit en daarmee angst, eenzaamheid en strijd geboren. Als je wakker wordt, gaat zitten en niet langer vasthoudt aan de identificaties van ego, keer je weer terug bij ‘Ik Ben’. Daar, in de stilte van zo-zijn kom je thuis in het diep doorvoelde Weten dat er niets anders is dan DIT. En DAT ben jij.

 

Ontspan.Met liefde,

 

Alexander