Mindbleep # 35 De Oplossing

 

 De volmaakte weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren kent.

(Jianzhi Sengcan 529-606 n.Chr.)

 

Ons grootste obstakel voor het ervaren van non-duaal Gewaarzijn is dat wij daar ideeën over koesteren. De mind kan niet anders dan een gedachte of een gevoelsimpressie – een ‘denkbeeld’ – vormen over Verlichting, over non-duaal Gewaarzijn of überhaupt over alles. Zonder gedachtenvormen is de mind nergens, is het ongevormde leegte, absentie. En op het moment dat ik bedenk dat dit nou precies de staat van zijn is waar non-duaal Gewaarzijn naar verwijst, ben ik weer terug bij af, opnieuw gevangen in mijn wereld van gedachten óver non-dualiteit. Het is als wijzen naar de maan en gebiologeerd blijven staren naar het puntje van mijn wijsvinger in plaats van mijn blik op te richten en de maan te zien.

 

Ik

Het allesoverheersende denkbeeld van de mind, de gedachte die zo op de voorgrond staat dat wij die voortdurend over het hoofd zien maar desondanks ons hele zelf- en wereldbeeld bepaalt, wordt gesymboliseerd met het eenvoudige woordje: ‘ik’.

Ik schrijf dit stukje, ik wil ondertussen in de tuin werken, ik besluit om dat nog even uit te stellen en ik voel tegelijkertijd dat het tijd wordt om te lunchen. Als ik vervolgens op zoek ga naar de ‘ik’ die dit allemaal denkt en voelt, kan ik niemand vinden. Er woont geen kleine versie van mijzelf ergens in of om mijn lichaam. ‘Nobody home’ zoals David Carse tot zijn ontzetting ontdekte op het moment van zijn zelfrealisatie. (D.Carse/Perfect Brilliant Stillness)

 

Op de momenten dat je jezelf de tijd geeft om even niets te doen, kun je tot dezelfde ontdekking komen. ‘Ik’ is eerder een werkwoord dan een persoonlijk voornaamwoord. Want ‘ik’ verwijst niet naar iets of iemand maar naar een activiteit.

 

In boeddhistische kringen is nauwkeurig onderzocht hoe dit ‘ik’ eigenlijk tot stand komt. Het begint rond de geboorte allemaal met een diffuus ik-besef dat onlosmakelijk gekoppeld is aan het fysieke lichaam. De baby huilt als hij honger heeft en lacht als hij zich geborgen en voldaan voelt. Ergens tussen 2 en 3 jaar ontstaat een zelfbesef, een begrenzing in het Ene bewustzijn waarin onderscheid ontstaat tussen ‘mijn’ lichaam en dat van moeder, tussen ik en de rest. Dat is een noodzakelijke ontwikkeling om te kunnen leven in de wereld van tijd en plaats maar gebaseerd op een denkbeeld, een interpretatie van de werkelijkheid. Het luidt de geboorte in van dualiteit en daarmee van afgescheidenheid. Vanaf dat moment voelen we ons fundamenteel alleen, niet langer compleet en gaan we op zoek naar wegen om die innerlijke leegte teniet te doen. Gevangen in ons ik-besef en gedomineerd door de zintuigen, jagen we na wat voor dat doel veelbelovend lijkt te zijn en trachten we alles te vermijden dat we als onaantrekkelijk of vijandig zien. Deze constante slingerbeweging tussen aantrekken en afstoten, tussen begeerte en afkeer zag Boeddha als dé bron van al het menselijk lijden. Waarom? Niet omdat het verkeerd zou zijn om goed voor jezelf te zorgen maar omdat het voortdurende positie kiezen, oordelen vellen, standpunten innemen en onderscheid maken – kortom gevangen zitten in het spel van begeerte en afkeer – een mentale activiteit is die de illusie in stand houdt dat er daadwerkelijk iemand is, een ’ik’ die dit doet. Een ‘ik’ bovendien dat zich gewoonweg niet kan voorstellen dat zijn aanwezigheid geen voorwaarde is om te kunnen Zijn. Integendeel, dit ik ziet zichzelf als de kurk waarop die drijft in de oceaan van non-duaal Gewaarzijn. Zoals het oog niet in staat is om zichzelf te zien, zo kan dit ik niet zien dat het in wezen helemaal geen kurk is, maar de oceaan.

 

Kurk van ik

Zolang we denken de ‘kurk van ik’ te zijn, koesteren we een haat/liefde verhouding met de oceaan. We genieten van zijn weidsheid en de deining maar hij dreigt ons ook altijd te verzwelgen. Dus zetten we ons schrap en houden we vast aan een duaal wereldbeeld, samengesteld uit denkbeeldige posities die ‘ik’ kiest tegenover alles wat het als ‘niet-ik’ ziet. De grondstof voor dit spel van afbakening en positie kiezen is het pakhuisbewustzijn zoals dat in boeddhistische kringen genoemd wordt. Dat is de totale neerslag van alle ervaringen, herinneringen, conclusies en interpretaties, die wij dit leven – en wellicht voorgaande levens – verzameld hebben en die nu bewust en onbewust onze zienswijze op de werkelijkheid filtert, versluiert en regelmatig ernstig vervormt.

 

Zolang we vasthouden aan die interpretaties van ‘ik’ is er weinig hoop om ooit de Eenheid van non-duaal Gewaarzijn tot een doorleefde realiteit te kunnen maken. Vele spirituele stromingen hebben zich daarom beijverd in het ontwikkelen van methoden om deze karmische ballast op te ruimen, te zuiveren, los te laten of te sublimeren. De non-duale benadering van spiritualiteit kiest echter een radicaal andere route door het bestaan van de zelfbenoemde ‘eigenaar’ van dat verleden ter discussie te stellen. De centrale vraag van onderzoek luidt dan: ‘Bestaat dat ‘ik’ eigenlijk wel?’ En als dat niet blijkt te bestaan, wat blijft er dan over van al die posities, verlangens, weerstanden, oordelen en verwachtingen?

 

‘Maakt de vallende boom geluid, als er niemand is om dat te horen?’

(George Berkeley 1685- 1753)

 

Oplossing

De Eenheid van non-duaal Gewaarzijn kan nimmer ervaren worden door ‘ik’ dat bestaat op basis van dualiteit en dus van positie kiezen, oordelen, verlangens of afkeer. Maar wat dan wel? De oplossing is niet om te proberen niet meer te oordelen. Wat ook niet werkt is om onze zienswijze op de buitenwereld te manipuleren door die ‘anders’ – spiritueler, liefdevoller, etc. – te maken. Ook is het geen oplossing om te trachten dat niet te doen. De oplossing ligt niet in de zogenaamde buitenwereld want die bestaat als zodanig niet. De oplossing ligt aan onze kant van de vergelijking, niet daarbuiten.

Wat nodig is, is onze eigen oplossing! We moeten het idee onderzoeken dat er iemand zou zijn die iets ervaart, vindt, ziet, hoort, ruikt. Al snel komen we dan tot de realisatie dat er wel zien en ruiken is, horen en voelen en ook denken en herinneren, maar er is geen eigenaar daarvan. Er is ervaren, maar niemand die ervaart. Er is alleen maar wat nu Is. Altijd, eeuwig, tijdloos, Nu en wat daarin verschijnt. Dat is alles.

 

Om dit tot een doorleefde Waarheid te maken hoeven we dus niets te doen. Beter van niet zelfs.
Niet-doen, eenvoudig zijn, open, onbevangen, vrij. Dan herwin je het paradijs, gaat je hart vanzelf open, verlies je je in de schoonheid en de liefde die deze schepping is.

 

Dus; als je buiten wandelt, je tanden poetst, de volgende hap neemt, de muziek wat harder zet, laat die grijpbeweging van de mind maar los en rust in de directheid van Dit Moment. Want daar ben je thuis omdat jij er niet meer bent.

 

Misschien kan dit filmpje dat ik onlangs maakte tijdens een bergwandeling in de Franse Alpen, je op weg helpen. Klik hier.

 

In liefde,

 

Alexander